Een merkregistratie geeft een onderneming een soort alleenrecht op een teken. Daarmee kan de merkhouder optreden tegen andere bedrijven die hetzelfde of een sterk gelijkend teken gebruiken. Merkenrecht blijft wel een vak apart. In sommige landen mogen bedrijven zelf een merk aanvragen, maar dan moet alles natuurlijk wél juist staan. En ja, een foutje is snel gemaakt.
EHF registreert het merk SWITCH voor voedingssupplementen. Wanneer een ander bedrijf gelijkaardige producten verkoopt onder de naam SWITCHME, belandt de zaak bij de rechter. Maar dan komt de aap uit de mouw: het merk staat op naam van EHF Group Holding BV, terwijl die vennootschap helemaal niet bestaat. Het woord “Holding” maakt namelijk geen deel uit van de officiële statutaire naam.
EHF zegt: “Oei, gewoon een schrijffoutje.” Maar de rechter gaat daar niet in mee. Uit het register moet glashelder blijken wie de rechthebbende is. Het gevolg is pijnlijk: het merk is op zich wel geldig, maar niemand kan zich erop beroepen.
Gelukkig schakelt EHF een merkenbureau in. Dat registreert SWITCH meteen opnieuw op naam van de juiste BV. Op basis van die nieuwe registratie komt er uiteindelijk toch nog een verbod. Moraal van het verhaal? Bij merkenrecht is “ongeveer juist” niet goed genoeg.
